![]() |
|
Algemeen Mieren behoren tot de omvangrijke familie der Formicidae en tot de orde der Hymenoptera. Natuurgeleerden, in tegenstelling tot huisvrouwen, hebben een gunstige mening omtrent mieren. Dit door de succesvolle sociale gewoontes van de mieren die te vergelijken zijn met die van de mens. Mieren overtreffen, wat het aantal betreft, alle overige soorten der dieren die in de bodem voorkomen. Zij hebben zich met ongeveer 10000 soorten over de gehele wereld verspreid. De kolonies van de mieren hebben een langdurig bestaan en kunnen zelfs langer duren dan een generatie van de mens. Biologisch Mieren zijn te onderscheiden van de overige insecten vooral door hun smalle steeltje dat 1 of 2 verbindingsstukken bevat, aangebracht tussen de borststuk en het achterlijf. Mieren zijn bovendien karakteristiek door hun naar voren gebogen antenne. Uiterlijk De huid van de mieren verschilt erg veel in kleur, vorm en behaardheid. Mieren hebben een zwarte, bruine, gele of een rode kleur of ook nog een combinatie van deze kleuren. Mieren zijn erg gevoelig voor "aanraking" en dit komt doordat hun lichaam bedekt is met vele haartjes. De kop De kop van de mieren verschilt erg veel in vorm. De kaken aan de kop zijn bijzonder belangrijke organen en deze worden de "handen" van de mier genoemd. De mieren gebruiken hun kaken voor bijna alles: bijten , prikken, scheuren, snijden van het hoofd, zagen, knagen, snijden, dragen, springen, maar nooit om te eten. De Antenne De antenne bij de mieren is ook een orgaan dat van bijzonder belang is. Het is de antenne die de vele zintuiglijke cellen herbergd, vooral die van het gevoel en de reuk. De antenne bestaat uit een schacht en een zweep, het laatstgenoemde veel beweeglijker. De zweep vibreert erg snel en deze snelle vibratie is gekoppeld aan de hoge mate van ontwikkeling van de reukorgaan. Het verwijderen van de antenne betekent een ramp voor de mier, hetgeen te vergelijken is met iemand die doof, stom of blind aan het worden is. Voornamelijk door de antenne zijn de mieren in staat van hun omgeving bewust te zijn en zichzelve dienovereenkomstig te orienteren. De reukorgaan bij de mieren verschilt van die van de mens. Doordat de reuk- en voelorganen in de antenne voorkomen, kunnen de mieren ronde, vierkante, langwerpige, harde, zachte dingen etc. aan de reuk herkennen en verder nog dat ze op een bepaalde hoogte en in een bepaalde richting zijn. De ogen Mieren hebben zijdelings samengestelde ogen. De koningin, de manlijke mier en de werkers hebben bij sommige soorten 3 eenvoudige of enkelvoudige ogen (ocelli). De ocelli zijn geschikt om de naburige objecten in half donker te kunnen waarnemen. De poten Aan de poten van de mieren zijn gewoonlijk de sporen of uitsteeksels te zien, vooral die van de voorpoten die erg grof zijn en op een haarkam lijken. Stofjes op de antenne worden verwijderd door ze op te trekken langs de kam van de "voet" van de poot en de sporen van de "scheenbeen". De kleinste mier is 0.8 mm. en de grootste, een vrouwelijke mier van dorylus (Anomma) Wilverthi Emery, bereikt een lengte tot en met 3 cm. Mieren eieren zij klein en witachtig. De larven varieren van witachtige tot creme-achtige kleur. Het lichaam is zacht en ze zijn zonder poten. Bij enkele soorten van de mieren komen de popvorm en de cocons voor. Mierenbeet & Angel Bij sommige Mieren is de angel practisch verdwenen, maar het gif kan door middel van een fijne straal tot 50 mm. gespoten of geinjekteerd worden in de wond, welke word toegebracht door het "bijten". Vele angelloze mieren buigen hun achterlijf naar voren om een afscheiding in de beet te spuiten en daarom dacht men in het prille begin van de onderzoekingen dat een mier in zo'n toestand aan het steken was. Het vergif heeft een sterke geur, "leucina" genaamd, waardoor de kleine blinde mieren in staat zijn de andere mieren te volgen. Levenscyclus Met een grote hoeveelheid van mieren wordt een begin gemaakt met het stichten van een nieuwe kolonie. Dit geschiedt pas als de nieuw bevruchte koningin zichzelve van haar vleugels ontdoet, een nest graaft of een schuilplaats zoekt onder een steen of onder een stuk hout. Ze sluit dan haar schuilplaats af en verblijft daarin weken en zelfs maanden, terwijl de eieren in haar eierstok aan het groeien zijn. Wanneer de eieren volwassen zijn, worden ze gelegd en de koningin verzorgt dan de uitgebroedde larven en voedt ze met haar speeksel tot ze zich verpoppen. De nesten van mieren zijn gewoonlijk van aarde en hangt ook af van de verschillende bodem- en klimaatsfactoren. Een van de meest belangrijke voordelen is dat ze het vermogen bezittten om zich in verschillende omgevingen te kunnen aanpassen. Voedsel Mieren voeden zich practisch met alles dat door de mens gebruikt wordt. De mieren, in een groep voorkomend, eten vooral aan zoetigheden, vettige producten, zetmeel bevattende planten en dierlijke stoffen. Van de huid van de larven komen er vettige afscheidingen vrij, die de volwassen mieren aflikken. VERDELING MIERENKASTEN Mieren zijn sociaal levende, statenvormende insecten. Een mierenstaat bestaat uit koninginnen, werksters, soldaten en mannetjes. Koninginnen De koninginnen zijn de vruchtbare vrouwelijke individuen die als taak hebben het leggen van de eieren. Bij sommige soorten komt er slechts 1 (een) koningin per nest voor. In het algemeen zijn de konginnen groter dan de werksters en meestal gevleugeld. Werksters De werksters zijn de onvruchtbare vrouwelijke exemplaren, die meestal in grootte en vorm varieren. Zij zorgen voor de voedselvoorziening, nestuitbouw en de verzorging van de poppen en larven. Als een werkster een voedselbron vindt, zet zij op de weg naar het nest een reukspoor uit, die door de andere werksters wordt opgenomen en gevolgd. Zo een waardevolle spoor wordt ook wel "mierenstraat" genoemd. Soldaten De soldaten zijn ook de onvruchtbare vrouwelijke exemplaren, die zich van de werksters onderscheiden door hun extra grote kaken. Zij hebben tot taak het verdedigen van het nest. Bij sommige soorte komen geen soldaten voor, hier zorgen de werksters voor de verdediging. Mannetjes De mannetjes zijn de gevleugelde exemplaren, evenals de jonge, nog onbevruchte koninginnen. Soms vindt er een "bruidsvlucht" plaats. De "vliegende" mieren zij dus de gevleugelde vruchtbare individuen van een bepaalde soort. Na de bevruchting sterven de mannetjes. De bevruchte koninginnen werpen de vleugels af en stichten een nieuwe kolonie op een daarvoor geschikte plaats. ENKELE MIERENSOORTEN 1. De Brandmier of Solenopsis xyloni Mc Cook. Voor meer informatie bent U terecht bij Killit in onze bibliotheek, operationeel vanaf 1 November 2000.
|
||
|
Algemeen Kakkerlakken zijn een van de meest onaangename insecten voor de mensen. Overal waar water, voedsel en goede nestgelegenheden zijn kunnen de kakkerlakken zich snel vermenigvuldigen waardoor er heel wat nare gevolgen kunnen plaatsvinden. Behalve de onaangename geur die ze achterlaten zijn de kakkerlakken ook verspreiders van ziekten zoals Salmonellosen. Deze dieren worden meestal verspreid door schepen en/of binnengebracht met goederen. Biologisch De Kop Over het algemeen zijn de kakkerlakken ovaal en plat. Hun kop is bijna horizontaal naar beneden gericht, wanneer het niet beweegt, en bijna verborgen door het pronotum (harde schild boven op de kop). De monddelen zijn achteruit geschoven tussen de voorste poten en hebben een kauwende-, bijtende- en likkende functie. De antenne, onder de ogen, zijn meestal smal en langer dan het lichaam en bestaat uit verschillende segmenten. De kaak is sterk en de voelers hebben 5 segmenten, terwijl dat van de labium 3 segmenten heeft. De samengestelde ogen of facetogen zijn groot met verschillende smalle facetten. De enkelvoudige ogen of ocelli zijn meestal klein als zo dichtbij het antenne kast zijn. Als de voor- en achtervleugels korter worden, worden de ocelli een bleke smalle stip of verdwijnen helemaal. De Borststuk De pronotom is groot, rond en meestal over de kop. Als de tegmina of bovenvleugels aanwezig zijn, zijn ze meestal hard en min of meer helder, waarbij de randen het ruggewervel gedeeltelijk overdekken. Deze dekschilden zijn van elkaar gescheiden. De ondervleugels zijn zacht en vliezig en altijd korter dan de tegmina, echter zijn ze helemaal ontwikkeld als de tegmina lang zijn. De achtervleugels zijn soms afwezig als de voorvleugels kort zijn. De drie paar poten zijn bijna even lang, slank, onder het lichaam gedrukt, behaard en op de achterste 3 segmenten van de thorax. De kakkerlak gebruikt zijn vleugels zelden en maakt liever gebruik van zijn stekelige, lange en sterke poten. Het Achterlijf Het achterlijf is groter dan de borststuk, meestal breder bij de wijfjes, en bestaat uit 10 segmenten waarvan maar 7 of 8 te zien zijn. Bij sommige soorten zijn de zenuwwervels van de eerste en tweede achterlijfsegmenten van het wijfje gewijzigd. Op de buik van het achterlijf zijn 9 pantsers te zien bij het mannetje en 7 bij het wijfje. Het laatste pantser van beide geslachten is de subgenitiale pantser. Er komen plusminus 3600 soorten kakkerlakken voor. Enkele zijn :
Algemene gedragingen. Kakkerlakken komen onder meer voor op warme vochtige plaatsen waar er genoeg voedsel, water en nestgelegenheid bestaat zoals in woningen, levensmiddelen bedrijven, restaurants, bakkerijen, vuilnisstortplaatsen en aan boord van schepen. Ze geven de voorkeur aan zetmeel- en zoethoudende producten. Door het sterk toegenomen menselijk verkeer en transport van goederen en materialen, waarbij de kakkerlakken meestal in grote aantallen voorkomen, vindt onder andere verspreiding plaats. Ze verspreiden zich ver en ze zijn ook goede klimmers, behalve de Oosterse kakkerlak. Bij het klimmen laten ze heel wat bruine vlekken achter. Kakkerlakken houden niet van het daglicht, behalve de bruinband kakkerlak, vandaar dat ze zich overdag meestal schuil houden en zich beschermen tegen de zonnestralen. De zonnestralen bezorgen de kakkerlakken enorm veel schade door hen vochtverlies toe te brengen. Gedurende de nachtelijke uren lopen de kakkerlakken snel. Ze vinden hun voedsel door de reuk. De vleugels worden zelden gebruikt in tegenstelling tot hun stekelige, lange en sterke poten. Alhoewel ze zich herhaaldelijk schoon houden, door het likken van hun huid, laten ze toch een kenmerkende kakkerlakken geur achter. Ze hebben een onvolkomen gedaanteverwisseling, waarbij de larve periode eigenlijk ontbreekt. We hebben ei-tussenperiode- adult. Specifieke Gedragingen De Duitse Kakkerlak. Familie : Blattelidae Suborde : Blattaria Orde : Dictyoptera De Duitse kakkerlak of Blatella germanica L. wordt ook wel eens "steam fly" genoemd en is afkomstig uit Afrika. Deze kakkerlak komt onder andere voor in restaurants, bakkerijen, hotels, vuilnisstortplaatsen en in schepen en houdt van een vochtig atmosfeer. Uiterlijk Adult : De Duitse kakkerlak heeft een lengte van 10-15 mm. en is bruin met twee donkere lengtestrepen aan de voorzijde van de borststuk. Het mannetje is lichtbruin en slank en het eind van het achterlijf is niet geheel bedekt door vleugels, terwijl het wijfje donkerder, breder en ronder is. Verder hebben ze ange antennes. Numf : Deze heeft dezelfde uiterlijk als het adult, maar is ongevleugeld en meestal donkerder van kleur met een lengte van 2-10 mm. Ze vervellen tijdens de groei 5-7 keren. Ei : De eicapsule of ootheca is een bleekbruin gegroefd chitine omhulsel van 8x3x2 mm. gemiddeld 32 eitjes. Levenscyclus De Duitse kakkerlak is behoedzamer en actiever dan de andere soorten. Deze produceert meer eieren per capsule en de jongen worden groter in een kortere tijd. de wijfjes dragen hun eicapsule tot hun broedtijd en deze is ondertussen dan net zo groot als het achterlijf. Tegen de broedtijd wordt de naad van de capsule, nog steeds in de eilegger van het wijfje, geopend door de te broeden nymfen of de capsule wordt enkele uren of misschien een dag voorafgaand aan het ontsnappen van de jongen gelegd. Soms gebeurd het dat het wijfje de capsules nog bij zich heeft wanneer de jongen al geboren zijn. Ei-stadium : 2-5 weken, afhankelijk van hun omgeving. Volwassen wijfjes produceren ongeveer 4-8 eipakjes in hun levensduur, welke op willekeurige plaatsen worden afgezet voordat de larven uitkomen. Ei tot adult : Ongeveer 2 maanden bij 30 graden Celsius. De maximale leeftijd van een adult is ongeveer 6 mnd. Schuilplaatsen Duitse kakkerlakken houden van donkere, warme, liefst vochtige plaatsen bijvoorbeeld onder koelkasten en in kieren en naden van wanden. Ze blijven bij voorkeur in keukens, badkamers, vuilnisstortplaatsen en ook aan boord van schepen. Voeding Duitse kakkerlakken zijn alleseters, maar eten bij voorkeur zoet en vochtrijk voedsel. Verder eten ze aan dode dieren, levensmiddelen, uitscheidingen van mens en dier en soms bij gebrek aan voedsel ook papier, leer en andere stoffen. Ze kunnen 10-40 dagen zonder voedsel leven en ze doen niet an voorraadvorming. De Oosterse Kakkerlak.
Familie : Blattidae Suborde : Blattaria Orde : Dictyoptera De Oosterse kakkerlak of Blatta orientalis L. of "bakkerstor" is afkomstig uit Noord-Afrika en is lichtschuw. Uiterlijk. Adult : De Oosterse kakkerlak is 25-30 mm. en donkerbruin tot zwart. Deze kakkerlakken hebben rudimentaire vleugels, waarbij die van de mannetjes groter zijn en ongeveer tweederde van het achterlijf bedekken. Ze kunnen echter niet vliegen. Verder hebben ze lange antennes. Het achterlijf van het wijfje is breder dan van het mannetje en komt tevoorschijn wanneer het insect zich over de grond beweegt. De mannetjes houden hun achterlijf echter van de grond af als ze zich voortbewegen. Numf : De nymfen hebben dezelfde uiterlijk als het adult, maar zijn ongevleugeld. Ze zijn zeer donker en vervellen tijdens de groei 7-10 keren. Ei : Het wijfje draagt de bruine eicapsule ongeveer 30 uren. Het is ongeveer 10x5x3 mm. bestaande uit 16 eieren in twee rijen van 8. Levenscyclus Ei-stadium : Volwassen wijfjes leggen gemiddeld 8 eipakketjes in hun levensduur, welke wordt gedragen tussen 12 uren en 5 dagen en wordt dan op een warme plaats gezet waar er genoeg voedsel is. De incubatie-periode is ongeveer 42-81 dagen. Ei tot adult : Ongeveer 6 maanden bij 30 graden celsius en langer dan een jaar bij 25 graden en lager. Volwassen wijfjes leven tussen 34 en 181 dagen. Schuilplaatsen. Oosterse kakkerlakken wonen op iets koelere plaatsen vergeleken met de Duitse kakkerlak. De Blatta orientalis L. leven op donkere, vochtige plaatsen (achter en onder keukenkastjes, onder koelkasten en vooral ook in kelders, kruipruimten, badkamers en toiletten.) Voeding. De Oosterse kakkerlakken zijn alleseters, maar eten bij voorkeur zoet en zetmeel bevattend voedsel. Verder eten ze aan levensmiddelen, afvalstoffen, uitscheidingen van mens en dier etc. en bij gebrek aan voedsel ook papier, leer en andere stoffen. Ze kunnen 2-4 weken zonder voedsel leven en zijn ook niet voorraadvormig. De Amerikaanse kakkerlak.
Familie : Blattidae Suborde : Blatteria Orde : Dictyoptera De Amerikaanse kakkerlak of Periplaneta americana L. is afkomstig uit West-Afrika en werd verspreid via schepen. Deze houdt van warme, vochtige plaatsen en is ook lichtschuw. Uiterlijk. Adult : De Amerikaanse kakkerlak is 28-44 mm. lang, glanzend roodbruin maar met lichtgeel rondom de rand van het pronotum. De goed ontwikkelde vleugels steken bij de mannetjes achter het lichaam uit terwijl de vleugels bij de wijfjes het lichaam bedekt. Deze vleugels worden gebruikt om over korte afstanden te vliegen ( het lijken meer op glijvluchten ). De Amerikaanse kakkerlak heeft ook lange antennes. Nymf : De nymfen hebben dezelfde uiterlijk als het adult, maar ze zijn ongevleugeld en bleekbruin. Ze vervellen tijdens hun groei 7-13 keren. Levenscyclus. Ei-stadium : Het eiootheca van de Amerikaanse kakkerlak wordt niet direct uitgescheiden maar hangt soms uren en soms zelfs dagen aan het lichaam voordat het aan de oppervlakte komt. Deze ootheca wordt dan op een gunstige plaats verscholen. Het aantal varieert van 6-14. De eieren in een capsule zijn in twee parallel rijen en het aantal eieren in een capsule varieert ook. Het uitbroeden gebeurd wanneer alle embryo's sterk genoeg zijn en druk uitoefenen om uit de ootheca te komen. Wanneer deze kapot is komen alle nymfen eruit en ondergaan een metamorfose. De incubatieperiode is ongeveer 38-49 dagen. Ongeveer 5 weken bij 30 graden Celsius en ongeveer 7 weken bij 25 graden. Ei tot adult : 6 tot 10 maanden bij ongeveer 30 graden. Bij lagere temperaturen langer dan een jaar. De maximale leeftijd van een adult is 2 jaar. Schuilplaatsen. Net als bij de Duitse kakkerlakken op donkere, warme en het liefst vochtige plaatsen achter wasbakken, waterleidingpijpen etc. Voeding. De Amerikaanse kakkerlakken zijn ook alleseters, maar nemen bij voorkeur voedingsmiddelen van de mens. Ze kunnen 4-6 weken zonder voedsel. De Bruinband Kakkerlak.
Familie : Blatellidae. Suborde : Blattaria. Orde : Dictyoptera. De bruinband Kakkerlak of supellectilium serville of spikkelkakkerlak of tropische kakkerlak is afkomstig uit Afrika en werd verspreid door schepen( toename menselijk verkeer en transporten van goederen en materialen). Deze soort is niet of weinig lichtschuw, zeer actief en vliegt soms op als ze wordt verstoord. Uiterlijk. Adult : De Bruinband kakkerlak lijkt op de Duitse kakkerlak met een lengte van 10-15 mm. en zijn kastanjebruine kleur. Het pronotum is echter donkerder met een lichtere plek in het midden en met lichtere randen ( geen zwarte lengtestrepen). Er is een duidelijke lichte dwarsstreep op het middelste borststuk en op de bovenzijde van het achterlijf. De mannetjes zijn slanker en met vleugels langer dan het lichaam terwijl de vleugels van de wijfjes korter zijn, waardoor het uiteinde van het brede achterlijf zichtbaar is. De Bruinband kakkerlak kan wel vliegen. Ze hebben ook lange antennes. Nymf : De nymfen hebben dezelfde uiterlijk als het adult, maar zijn ongevleugeld. Ze vervellen tijdens hun groei 6-8 keren. Levenscyclus. Ei-stadium : De volwassen wijfjes produceren gemiddeld 11 (elf) eipakketjes in hun levensduur. De eipakketjes worden 18-36 uren gedragen en dan op willekeurige plaatsen gedeponeerd. Ei-stadium ongeveer 37 dagen bij 30 graden. Bij lagere temperaturen is het ei-stadium natuurlijk langer. Ei tot adult : Ongeveer 100-140 dagen bij 30 graden. De maximale leeftijd van het adult is 4 maanden. De Bruinband kakkerlak lijkt op de Duitse kakkerlak, maar : Schuilplaatsen. Als bij de Duitse kakkerlakken maar op drogere plaatsen zoals in kamers, achter schilderijen, achter boekenkasten en tussen meubilair. Voeding. De Bruinband kakkerlak geeft de voorkeur aan zetmeelhoudende voedsel. OOk stijfsel van behang en lijm van boeken worden opgevreten. Ze kunnen ongeveer 2 weken zonder voedsel of water leven. De Australische Kakkerlak. Familie : Blattidae Suborde : Blattaria Orde : Dictyoptera De Australische kakkerlak of Periplaneta australia F. is afkomstig uit Afrika en werd verspreid door de slavenhandel en later ook door commercieele verbindingen. De Australische kakkerlak lijkt op de Amerikaanse maar deze is een beetje smaller en ook een beetje langer. Uiterlijk. Adult : De Australische kakkerlak is ongeveer 4 cm. lang, exclusief de lange antennes, roodbruin met een gele streep op de borststuk en lichtgele strepen aan het eind van de vleugels die verborgen zijn. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben vleugels die het achterlijf geheel bedekken. Ze kunnen ook vliegen. Nymf : De nymfen hebben dezelfde uiterlijk als het adult, maar zijn ook ngevleugeld. Ze hebben gele plekken op het borsttuk en achterlijf. Levenscyclus. Ei-stadium : De incubatieperiode is ongeveer 40 dagen bij 30 graden. Volwassen wijfjes produceren gemiddeld 20-30 eicapsules in hun levensduur. Ei tot adult : Ongeveer 6-10 maanden bij 30 graden. De leeftijd van het adult varieert tussen 4 en 6 maanden. Schuilplaatsen. Ze kunnen zich alleen handhaven in zeer warme en vochtige omgeving. In winkels en woningen waar grote plantenbakken voorkomen verblijven ze dichtbij het vochtige zand. Voeding. Australische kakkerlakken zijn veel meer vegetaries dan andere soorten. Toch eten ze ook kleren en boeken. De Bruine kakkerlak.
Familie : Blattidae Suborde : Blattaria Orde : Dictyoptera De Bruine kakkerlak of Periplaneta brunnes Burmeister is afkomstig uit Afrika en is in de tropen en subtropen vrij algemeen voorkomend. De gewoonten van de Bruine kakkerlak komen overeen met dat van de Amerikaanse kakkerlak. Uiterlijk. Adult : De Bruine kakkerlak is ongeveer 30-37 mm. lang, roodbruin met lichtgeel rondom de rand van het pronotum. De vleugels bedekken bij de mannetjes en vrouwtjes het einde van het achterlijf. Nymf : Nymfen hebben dezelfde uiterlijk als het adult, maar zijn ongevleugeld . Ei : De ootheca heeft een lengte van 12-16 mm. en bevat gemiddeld 24 eieren. Levenscyclus. Ei-stadium : Ongeveer 40 dagen bij 30 graden celsius. Volwassen wijfjes produceren gemiddeld 30 eipakjes in hun levensduur, welke ze slechts 1 dag met zich meedragen en op een gunstige plaats afzetten. Ei tot adult : Ongeveer 7 maanden. De maximale leeftijd van het adult is ongeveer 10 maanden. Schuilplaatsen. Binnenshuis, onder boomschoren, in riolen. Voeding. Alleseter, bij voorkeur voedingsmiddelen van de mens. De Surinaamse Kakkerlak.
Familie : Blaberidae Suborde : Blatteria Orde : Dictyoptera De Surinaamse kakkerlak of Pycnoscelus surinamensis Linnaeus. Deze soort is door Linnaeus voor het eerst beschreven in Suriname. Uiterlijk. Adult : De Surinaamse kakkerlak is glanzend bruinzwart met een lengte van 18-24 mm. Zowel de mannetjes als wijfjes hebben vleugels welke over het achterlijf uitsteken. Nymf : De nymfen hebben dezelfde uiterlijk als het adult, maar zijn ook ongevleugeld. Ze vervellen tijdens de groei 8-10 keren. Ei : De ootheca heeft ongeveer 26 eitjes. Levenscyclus. De eieren kunnen zich ook parthenogenetisch (zonder bevruchting) ontwikkelen. Uit deze eitjes komen alleen vrouwelijke exemplaren. Ei-stadium : Gemiddeld 35 dagen bij 20-25 graden. Volwassen wijfjes produceren gemiddeld 3 eipakjes in hun levenduur. Ei tot adult : Ongeveer 5-7 maanden bij 20-25 graden. De maximale leeftijd van een adult is ongeveer 10 maanden. Schuilplaatsen. In vochtige aarde bij planten, onder stenen, in afval etc. Overdag verstoppen ze zich onder banken, kasten, in spleten van wanden, tussen oud hout etc., terwijl ze 's nachts eruit komen. Voeding. De Surinaamse kakkerlakken voeden zich voornamelijk met plantendelen. De Veld Kakkerlak. De Veld kakkerlak of Blatella vaga Hebard is afkomstig uit Azie. Uiterlijk. De Veld kakkerlak lijkt op de Duitse kakkerlak, maar de duitse kakkerlak heeft een zwarte lijn tussen de ogen en langs de mond niet. De kop van de veld kakkerlak is ook niet zo slank als dat van de duitse. De mannetjes van de Blatella vaga Hebard zijn smaller en teer, met een lengte van 9-10 mm. Het wijfje van de veld kakkerlak is 8.5 - 9.5 mm. Levenscyclus. De ootheca van de veld kakkerlak bevat meer eieren, welke na de productie van de derde ootheca gaat afnemen. De wijfjes worden sneller rijp in vergelijking met de mannetjes. Schuilplaatsen. Meestal te vinden onder stenen en in ontbinding zijnde planten. Voeding. De veld kakkerlakken eten vooral in ontbinding zijnde planten. Schade.
|
||
|
|
|||
|
© 2001 Killit Paramaribo - Suriname |
|||