![]() |
|
Algemeen. Ratten en muizen zijn overal te vinden waar er onhygienische situaties heersen en voldoende voedsel, water en schuilplaatsen zijn. Voorgenoemde zijn dan ook de voornaamste voorzieningen die zij nodig hebben om zich voort te planten. De voortplanting gaat zo snel dat men binnen een zeer korte tijd kan spreken van een ratten en/of een muizen - plaag als er geen maatregelen tegen ze worden ondernomen. Deze knaagdieren richten veel schade aan de bezittingen van de mens door onder andere het bevuilen van voedsel voorraden met hun uitwerpselen en hun urine. Bovendien zijn ratten en muizen verspreiders van allerlei ziekten zoals ; Pest, Trichinose, de ziekte van Weilh en Typheuse koortsen. Biologisch. Het dierenrijk bestaat uit verschillende hoofdafdelingen. Ratten en muizen behoren tot de hoofdafdeling van de gewervelde dieren, de Chordata. De gewervelde dieren worden verdeeld in klasse der zoogdieren nl. Mammalia. Deze worden echter weer verdeeld in onder andere de orde der knaagdieren, de rodentia, die op haar beurt ook weer gesplitst wordt in families. De families worden onderverdeelt in :
Linnaeeus (Carl von Linne, 1707-1778) kwam tot een dubbele aanduiding van de soortnaam. Bijvoorbeeld : De genusnaam van de muis is Mus De genusnaam van de rat is rattus. Er zijn verschillende soorten ratten & muizen ;
De bruine Rat. De bruine rat of noorweegse rat wordt ook wel Rattus norvegicus berkenhout genoemd. Deze behoort tot de orde van de knaagdieren (rodentie ) en tot familie van de zware muizen (muridee ). Zinsser ( 1935 ) zegt dat de bruine rat "huisdier" wordt tijdens de kruistochten en met schepen, via de middellandse Zee, samen met de mens kwam. De bruine rat is afkomstig uit Centraal Azie en is pas sedert de achttiende eeuw in Europa. De rattus norvegicus is het meest voorkomend en heeft een voorkeur aan een waterrijke omgeving. Daarom leeft de bruine rat voornamelijk in riolen, op plaatsen met voortdurende voedselaanbod zoals vuilnisbelten en bij slecht geregelde opslagplaatsen. Uiterlijk. De rug is meestal grijsbruin, terwijl de buik lichter gekleurd is. Er zijn echter allerlei kleurvarieteiten inclusief albino's. De bruine rat is stevig gebouwd met een vrij stompe snuit en zichtbare oren. De bruine rat heeft een dikke, vrijwel kale staart. Deze is korter dan het lichaam. Een volwassen bruine rat heeft een lengte van ongeveer 22-30 cm. en en gewicht van ongeveer 500 gram. Pasgeboren is het ongeveer 3 cm., waarbij het kaal en blind is. De voor- en achterpoten hebben 5 tenen. De achterpoten zijn het grootst (4 cm.). De Zwarte Rat. De zwarte rat of Rattus rattus Linnaeus behoort ook tot de familie van de ware muizen. Zinsser (1935) zegt dat de Rattus rattus afstamt van de Rattus alexandrinus. De zwarte rat woonde oorspronkelijk in de Arabische woestijnen maar werd ook verspreid door transport met schepen. Deze ratten leven voornamelijk op hoge droge plaatsen en aan boord van schepen. Uiterlijk. De rug en buik zijn blauwgrijs tot zwart waarbij er ook kleurvarieteiten zijn (bruingrijze rug en geelwitte buik). De zwarte rat is slank, heeft een vrij spitse snuit en grote kraalogen. De oren zijn vliezig en bijna onbehaard waarbij ze naar voren zijn gevouwen tot over het oog. De zwarte rat heeft een lange, dunne staart. Deze is grijs en langer dan het lichaam. Een volwassen zwarte rat heeft een lengte van ongeveer 14-23 cm. en een gewicht van ongeveer 150-250 gram. Pasgeboren is het ongeveer 3 cm., warbij het kaal en blind is. De voor- en achterpoten hebben 5 tenen. De achterpoten zijn het grootst (3 cm.). De Alexandrine Rat. De Alexandrine rat of dakrat of de Rattus rattus alexandrinus Geoffrey en de witbuikrat of Rattus rattus frugivorus Rafinesque lijken op elkaar. Milmore(1943) zegt dat de dakrat en de witbuikrat alleen van kleur verschillen van de zwarte rat. Verder hebben ze dezelfde gewoonten. Uiterlijk. De dakrat : Bruine rug en grijze buik. De witbuikrat : Bruine rug en witte buik. De zwarte rat : De rug en de buik blauwgrijs tot zwart. De Huismuis. De huismuis of Mus musculus L. behoort ook tot de familie van de ware muizen ( Muridae) en ook tot de orde van de knaagdieren (Rodentia). Huismuizen verblijven meestal binnen of in de directe omgeving van gebouwen waar het droog en warm is, genoeg voedsel aanwezig is en waar er een veilige nestgelegenheid bestaat. Uiterlijk. De rug is lichtbruin tot donkergrijs en de buik lichter waarbij er ook allerlei kleurvarieteiten zijn, inclusief albino's. De huismuis is slank, heeft een lange, dunne staart. De huismuis heeft een lengte van ongeveer 16 cm. en een gewicht van 15-30 gram. Pasgeboren is het kaal en blind en weegt ongeveer 2 gram. De achterpoten hebben 5 tenen en de voorpoten hebben er 4. De Veldmuis. De veldmuis of Microtimus arvalis Pallas behoort tot de orde der knaagdieren (Rodentia), maar echter tot de familie van de woelmuizen (Microtidae). De veldmuis graaft uitstekend. Uiterlijk. De rug is geel tot grijsbruin waarbij er soms ook kleurvarieteiten zijn. Soms is er zwart bij. De buik is lichter tot grijswit. De veldmuis is plomp, heeft een stompe snuit en de oren en ogen zijn in de vacht verborgen. De veldmuis heeft een staart dat ongeveer een derde van het lichaamslengte is. Een volwassen veldmuis heeft een lengte van ongeveer 10-12 cm. Pasgeboren is het kaal en blind. De Woelrat. De woelrat of Arvicola terrestris L. behoort ook tot de familie van de woelmuizen (Microtidae). de woelrat komt veel voor in waterrijke gebieden en wordt ook wel eens "zwarte waterratje" genoemd. De Arvicola terrestris L. is een uitstekende graver en zwemmer. Uiterlijk. De woelrat is grijsbruin tor zwart. De woelrat is plomp, heeft een stompe snuit en de oren en ogen zijn in de vacht verborgen. De woelrat heeft een korte behaarde staart van ongeveer 7.5 - 10.5 cm. Een volwassen woelrat heeft een lichaamslengte van 15-22 cm. Pasgeboren is het kaal en blind. De Muskusrat. De muskusrat of bisamrat of Ondetra zibethicus L. behoort tot de familie van de woelmuizen (Microtidae). Uiterlijk. De rug is donkerbruin, soms grijsachtig of kastanjebruin, en de buik is lichter gekleurd. De muskusrat is plomp, heeft een brede stompe kop en de oren zijn bijna in het vacht verborgen. De staart van de muskusrat is tamelijk lang, doch korter dan het lichaam, waarbij het zijdelings is afgeplat. Een volwassen muskusrat heeft een lengte van ongeveer 20-40 cm.. Pasgeboren is het kaal en blind. Tussen de tenen van de achterpoten zijn er zwemvliezen. De Beverrat De beverrat of Myocestor coypus molina behoort tot de familie van de beverratten (Myocastoridae). De beverrat is een goede zwemmer en op het land is het traag. Uiterlijk. De pels is bruin, varierend van geelgijs tot bijna zwart.De beverrat heeft een stompe snuit. De beverrat heeft een ronde staart, korter dan het lichaam. Een volwassen beverrat heeft lengte van ongeveer 40-60 cm. en een gewicht van 6-10 kg. De achterpoten hebben zwemvliezen. De Bosmuis. De bosmuis of Apodemus sylvaticus L. behoort tot de familie van de ware muizen (Muradae) en is met zijn lange achterpoten, behalve een goede graver ook een goede klimmer. Uiterlijk. De rug is geelbruin tot donkerbruin en de buik lichter. De rug en buikzijde is gemarkeerd door een oranje en bruine scheidingslijn.De bosmuis heeft een spitse snuit, grote uitstaande oren en grote zwarte ogen.De bosmuis heeft een lange staart. Een volwassen bosmuis heeft een lengte van ongeveer 9-12 cm. De Spitsmuis. De spitsmuis of Soricidae behoort tot de orde der insekteneters (Insectivora). Spitsmuizen zijn geen knaagdieren alhoewel hun uiterlijk op die van de knaagdieren lijkt. Uiterlijk. De rug is meestal bruin of grijsbruin, soms donker. De buik is lichter. De schedel is smal, spitstoelopend (bijna kegelvormig) en zonder jukbeenderen. De snuit steekt ver voor de sikkelvormige snijtanden uit en is spitstoelopend en slurfvormig. De kiezen zijn puntig voor het doorbijten van insektenpantsers. De spitsmuis heeft een behaarde staart. Een volwassen spitsmuis is ongeveer 5-9 cm.Hun vacht is sterk glanzend. De mannetje hebben een muskusklier aan de zijkant. Gedragingen van ratten en muizen. Ratten en muizen leven in een koninkrijk met een eigen territorium of jachtterrein waarop geen soortgenoten geduld worden. Behalve de leider hebben we in die sociale maatschappij de wijfjes, de jonge mannetjes en ook nog de "zwakke broeders" of "stinkvogels". Deze zijn meestal de verdreven leiders. binnen het territorium zijn er looppaden of wissels die deze dieren zoveel mogelijk gebruiken bij het zoeken naar hun voedsel en waarbij ze ervoor zorgen de af te leggen afstand zo kort mogelijk te houden. Deze wissels worden gemaakt wanneer de ratten en muizen, zich zo dicht mogelijk langs de wand voortbewegend, urineren en hun buiksmeer achterlaten. De wissels in gebouwen zijn makkelijk te herkennen aan de donkere vlekken aan bijvoorbeeld balken, regenpijpen en raamopeningen waarlangs de ratten of muizen hebben gelopen. Er moet degelijk rekening meegehouden worden dat deze dieren kunnen klimmen en waarbij de staart zorgt voor het bewaren van hun evenwicht. Door de wissels lijkt de omgeving voor deze beesten vertrouwelijker. Ratten en muizen houden zich echter schoon door aan hun vacht te likken. Behalve urine en buiksmeer laten de ratten en muizen ook hun uitwerpselen of droppings, hun staartafdrukken en voet- en knaagsporen achter. Deze knaagsporen komen door hun "knaagdrift". De sterke snijtanden van de ratten en muizen blijven gedurende hun leven doorgroeien en om die tanden kort te houden moeten ze blijven knagen. Ratten en muizen zijn actief na het vallen van de schemering en voor zonsopkomst. Muizen eten slechts kleine hoeveelheden van verschillende plaatsen dichtbij het nest terwijl de rat zich op een plaats kan voeden. Het gehoor, de smaak, de reuk en het tastgevoel van ratten en muizen zijn goed ontwikkeld. Vooral het tasten, door middel van de snorharen, gaat gemakkelijk in het donker. Echter hebben ze een slecht gezichtsvermogen. Ze zijn nl. kleurenblind. Ratten lopen op zicht en zijn bang voor nieuwe objecten houden. Ratten en muizen passen zich echter makkelijk aan de omgeving. De Bruine Ratten. Bruine ratten moeten dagelijks vocht en geven daarom de voorkeur aan waterrijke gebieden. Ze zijn uitstekende zwemmers, gravers en klimmers en ze maken holen en loopgangen. Hun uitwerpselen zijn bruin tot grijs van kleur, stomp, eivormig tot ovaal en ongeveer 2 cm lang en 0,5 cm dik. Ontwikkeling van ratten. Pasgeboren jongen zijn kaal en blind en hun oren liggend. Het gewicht is dan ongeveer 5 gram. Na een week bewegen ze zich door het nest. Na twee weken openen ze de ogen en na drie weken wordt het vacht gevormd en nemen ze ook vast voedsel. Als de moeder dan alweer een nieuw nest gaat werpen worden de jongen verdreven en niet meer gezoogd. Het nageslacht van 1 (een) rattenpaar en hun jongen bedraagt 200 jongen per jaar. Het gemiddelde levensduur van een rat is 2 jaar. Levenscyclus. Wijfjes tussen 3-18 maanden zijn steeds drachtig en wwerpen maximaal 15 keer. Draagtijd 21-23 dagen. Nestgrootte 7-10 jongen. Het aantal jongen en het aantal worpen hangt af van onder andere de voedselvoorraad, schuilplaats, leeftijd, conditie van het wijfje, temperatuur, concurrentie en klimaat. Vruchtbaarder in koude gebieden. Zoogperiode ongeveer 4 wweken. Vermoedelijke levensduur 2-3 jaar. Theoretisch kan een wijfje gemiddeld 15x8= 120 jongen ter wereld brengen. Afhankelijk van nestgelegenheid en voedselaanbod treedt er een grote sterfte op onder de jonge ratten. Men kan dan aannemen dat elk wijfje 40 jongen ter wereld brengt welke weer aan de voortplanting deelnemen. Broed- en verblijfplaatsen. De broed- en verblijfplaatsen worden gemaakt van allerlei materialen zoals stukjes papier, stukjes doek, stukjes touw etc.. Deze worden het nest ingedragen en vormen de broed- en verblijfplaats waarin de jongen blijven en de moeder op ze let. De broed- en verblijfplaatsen dienen als beschermplaats voor de jongen en als schuilplaats voor de volwassenen. Deze plaatsen zijn buiten zicht en moeilijk bereikbaar voor vijanden. De holen van de bruine ratten hebben een diameter van ongeveer 5 cm., met 2 of 3 ingangen, meestal met een sluiphol en bedekt met zand zodat de ratten makkelijk kunnen ontsnappen bij gevaar. De bruine ratten graven met hun voorpoten en schuiven het losgekomen aarde onder hun buik en stoten het weg met de achterpoten. Dan keren ze zich om en stoten het losse zand met de voorkant van hun lichaam. Bruine ratten leven in zelf gegraven holen in walkanten, bij stapels hout, in riolen en mestputten, op vuilnisstortplaatsen, onder en in gebouwen, onder of achter opgeslagen goederen op terreinen. Het vacht past zich aan bij de omstandigheden. Voedingsgewoonten. Ratten eten twee keren gedurende de nacht nl. direct nadat het duister is geworden en vroeg in de morgen. Ze kunnen op een plaats blijven om hun voedsel te gebruiken. Bruine ratten zijn alleseters met een duidelijke voorkeur voor het beste wat voor handen is zoals groenten, fruit, vlees en vis. Ze eten ongeveer 50 gram per dag. De Zwarte Ratten. Zwarte ratten houden niet zoveel van water en leven het liefst in droge gebieden, in tegenstelling tot de bruine ratten, die liever in waterrijke gebieden blijven. Ze zijn uitstekende klimmers en springers en maken geen gegraven holen. Ze zijn zeer argwanend en 's nachts actief. Hun uitwerpselen zijn donker, krom en spoelvormig met spitse uiteinden. Ze zijn ongeveer 1 cm. lang en 3 mm. dik. Ze laten een rattengeur achter. Levenscyclus. Vanaf ongeveer 3 maanden zijn de jonge ratten geslachtsrijp. Na ongeveer 18 maanden zijn ze niet meer geslachtsrijp. Wijfjes vanaf 3 maanden hebben gemiddeld 6 worpen per jaar in de eerste twee levensjaren. Vruchtbaarder in warme gebieden. Draagtijd ongeveer 21-23 dagen. Nestgrootte 6-10 jongen. Zoogperiode 3 weken. Jongen na 3 maanden geslachtsrijp. Vermoedelijke maximale levensduur 6 jaar. Theoretisch kan elk wijfje gedurende de eerste twee geslachtsrijpe jaren gemiddeld 2x6x8=96 jongen ter wereld brengen, afhankelijk van nestgelegenheid en voedselaanbod. Richtlijn kan zijn dat elk wijfje 40 jongen ter wereld brengt, welke weer aan de voortplanting gaan deelnemen. Broed- en verblijfplaatsen. Hun broed- en verblijfplaatsen zijn meestal op zolder of onder het adk, tussen plafonds of dakbeschot, waarbij ze gebruik maken avn afgeknaagd isolatiemateriaal, papiersnippers, hout, vloerdelen en textiel. Hun vacht past zich aan bij de leefomstandigheden Voedingsgewoonten. Zwarte ratten zijn alleseters met een duidelijke voorkeur voor plantaardig voedsel . zoals granen en meel. Ze eten ook graag verse en gedroogde vruchten zoals tomaten en bananen. Ze eten ongeveer 20-25 gram per dag. |
||
|
De Huismuizen. Het "zingen" van de muizen, vooral 's nachts is erfelijk maar het kan ook een gevolg van astma zijn. Muizen zwemmen bij voorkeur niet en graven ook niet graag. Ze zijn uitstekende klimmers en springers. Ze volgen steeds de wissels op zoek naar voedsel. De wissels zijn ongeveer 3.5 cm.. Hun tastzin is goed ontwikkeld. De voelzones zijn: de snorharen op het gezicht, de tastharen op de rug en de poten. Ze zijn 's nachts het meest actief en schuwwen vreemde voorwerpen niet. Hun uitwerpselen worden verspreid aangetroffen. Normaal zijn ze zwart als ze vers zijn en als ze wat ouder zijn, zijn ze grijs en stoffig. Lengte ongeveer 3-8 mm. en 1-3 mm. dik met vrij spitse uiteinden. Ze laten een kenmerkende muizengeur achter. Ontwikkeling van muizen. Bij de geboorte heeft de muis geen haren, behalve op de neus. Geen pigment op het lijf behalve bij de iris van het oog, alleen zichtbaar bij gesloten ogen. De oren zijn hangend naar voren tegen het gezicht en de nek. Na 2-3 dagen krijgt de muis haren, 4-6 dagen zijn de oren verwijdrd van het gezicht, 8-10 jn ze helemaal behaard, 11-13 komen de knaagtanden tevoorschijn, 14-16 gaan de ogen open. Tegen deze tijd verlaten de jonge muizen het nest en eten vast voedsel. Een wijfje is na 15 maanden niet meer productief, maar kan wel langer leven. De wijfjes kunnen soms een leeftijd van 2.5 - 3 jaar halen. Het nageslacht van een muizenpaar en hun jongen wordt geraamd op 2000 jongen per jaar. Levenscyclus. Wijfjes in de leeftijd van 2-12 maanden hebben een gemiddelde van 6-8 worpen. De draagtijd is 2 weken. Nestgrootte 5-6 jongen. Zoogperiode 3 weken. De jongen zijn na 2 maanden geslachtsrijp. Vermoedelijke levensduur 2.5 jaar. Uitbreiding van de populatie is nauw afhankelijk van onder meer nestgelegenheid, hoeveelheid en kwaliteit beschikbare voedsel. Broed- en verblijfsplaatsen. Meestal onder vloeren, achter beschuttingen, boven plafonds, in en onder opgeslagen materialen en goederen. Voedingsgewoonten. Muizen eten min of meer hetzelfde als wat de mensen eten zoals vlees, groenten, fruit en vis. Ze knabbelen aan het eten en als er voldoende voedsel is, gemiddeld op 15-25 verschillende plekken binnen het territorium. Hun preferentie voor voedsel verandert steeds en ze geven de voorkeur aan nieuw voedsel in plaats van oud. Muizen kunnen maanden zonder water. Als ze willen drinken en er is geen water, zoeken ze bijvoorbeeld een appel en gebruiken het sap daarvan. Water kunnen ze ook krijgen door condensatie op de muren of van dauw. De Veldmuizen. Veldmuizen zijn uitstekende gravers. Ze leven bij voorkeur op droge, zonnige en beschutte plaatsen zoals bosrandjes en bermen, vooral met ruige en dichte plantengroei. Hun uitwerpselen zijn groenachtig, 4-8 mm. lang en ongeveer 2 mm. dik, waarbij ze te vinden zijn rond de holen en bij de "eetplaatsjes". Levenscyclus. De wijfjes hebben gemiddeld 5-6 worpen per jaar. De draagtijs is 3 weken. Nestgrootte 4-8 jongen, tot maximaal 12 jongen. Zoogperiode vermoedelijk 3-4 weken. De jongen zijn na 25 dagen geslachtsrijp. De maximale levensduur is 1 (een) jaar tot 16 maanden. Broed- en verblijfplaats. Ondergronds in zelf gegraven holen meestal horizontaal, maar soms loodrecht of schuin omlaag tot 60 cm. diepte. De nesten zijn 15-30 cm. Er is een uitgebreidde gangenstelsel waarbij de uitgangen bovengronds, naar de voerplaatsen toe, verbonden zijn met looppaden. Voeding. Granen, wortels en ook boomschors. Schade. Ratten en muizen kunnen door hun gedragingen heel wat schade veroorzaken aan de mens en hun milieu: Door graverijen onder en in gebouwen kunnen er verzakkingen ontstaan. Hun "knaagdrift" laat de ratten en muizen aan de bezittingen van de mens knagen. Zo worden bijvoorbeeld isolatiematerialen, papier, hout en opgeslagen goederen zoals kleren, levensmiddelen en dergelijke beschadigd. Door het knagen en het "zingen" kunnen deze dieren ook als rustverstoorders worden beschouwt. Verder bevuilen ze voorraden met urine en uitwerpselen. Ze laten een onaantrekkelijke geur achter. Ratten en muizen kunnen gevaar voor de volksgezondheid veroorzaken. Ze treden nl. op als ziekte verspreiders. Het overbrengen van ziekte kan door :
Bij de zwarte ratten door de Xenopsylla Cheopis (Rothch.) en bij de bruine ratten door de Nosopsyllus Fasciatus (Bosc.). Deze zitten in de urine en in de uitwerpselen
|
|
|
|||
|
© 2001 Killit Paramaribo - Suriname |
|||