![]() |
| Vlooien, Spinnen, bedwantsen, mijten, teken, koeparis, kleermotten, luizen, pissebedden, wespen en bijen |
|
Algemeen. Vlooien behoren tot de orde der Siphonaptera en vormen steeds een plaag voor de mensen. Zij zijn ook overdragers van ziekten waardoor ze goed bestreden moeten worden. Biologisch. De donkere volwassenen zijn zijdelings afgeplat, met een heleboel borstels achterover staand. Vlooien zijn vleugeloze, uitwendig levende parasieten met zuigende monddelen en goed ontwikkelde springpoten. Het zenuwstelsel dat op een "speldenkussentje" lijkt is karakteristiek op het achterlijf. Het mannetje is meestal kleiner dan het vruchtbare wijfje. Meer nog, het achterlijf van het mannetje is ronder aan de buikzijde, rechter op de rug en aan het eind een beetje schuin. Sommige mensen zijn immuum geraakt aan deze vlooien en ondervinden geen last meer van ze. Anderen vinden hen irriterend en worden ook door de vlooien gebeten. De beet van een vlo verschilt van mens tot mens. Vlooienbeet. Men komt soms in de war met een vlooienbeet en men denkt vaak dat het een huiduitslag is. OP de plek waar de vlo heeft gebeten komt er een enorme zwelling op. Een beet van de bedwants bezorgt ons echter een grote bult, die na een paar uur weer verdwijnt. Afkoelende middelen zoals menthol, vicks en vaseline kunnen goed van dienst zijn. Eieren. De eieren zijn 0.5 mm., zacht, doorzichtig, fonkelend, ovaal en kleven niet aan het lichaam van de gastheer. Sommige vlooiensoorten leggen hun eieren zelfs niet aan de haren van de gastheer, maar in de directe omgeving. In sommige gevallen, wanneer de eieren op het lichaam worden gelegd, vallen ze soms af of worden afgeschud. Daarom worden de eieren gevonden in spleten in de vloer, in stof naast de muur, onder carpets en ook in slaapplaatsen van huisdieren. De legperiode is 3-18 dagen en de broedtijd ongeveer 1-12 dagen. Larven. De uit tekomen larve breekt de eischaal met een tand op de kop, welke verdwijnt na de eerste metamorfose. De larven zijn pootloos en zonder ogen, witachtig tot creme, met haarborstels aan elk segment. De larve heeft een gescheiden kop, 3 borstsegmenten en 10 achterlijfsegmenten. Doordat de larve geen poten heeft bewegen ze zich voort met de borstels die om elk segment is. Aan het eind van het achterlijf is er een kromme aanhangsel die dient als houvast bij het kruipen. De larve periode is 7-15 dagen. De kleine witte larven voeden zich met organische materialen die in het nest zijn of in huis waar de eieren zijn gelegd. Zo worden gastheren met een nest beter geprefereert dan die zonder. Omdat de larven een dun lichaam hebben moeten ze in een vochtige omgeving blijven. Ze zijn verder lichtschuw en als ze zand en ander rommel vinden kruipen ze erin. Vlooien houden vooral van zand want die is vochtiger en biedt ook meer bescherming als de zon te fel schijnt. Pop. Voorafgaand aan het beeindigen van het larve-stadium maakt de larve een cocon met haar eigen speeksel. Het cocon bevat puin en andere organische sedimenten, gecamoufleerd naar zijn eigen omgeving. De cocon is crem en wordt daarna bruin. Als mensen in een huis intrekken die een tijdje verlaten was, komen de vlooien na een tijdje tevoorschijn, want die waren nog in hun cocon in spleten en naden op de vloer, onder vloerbedekkingen en tussen allerlei rommel. Volwassen. Als de vlo van zijn cocon ontsnapt is hij dik en kan maanden zonder voedsel leven. De mannetjes, meestal minder in aantal, komen het eerst uit. Alhoewel het wijfje geslachtsrijp is, legt ze haar eieren niet, zolang ze geen gastheer vindt om van zijn bloed gebruik te maken. Meestal blijven ze maar voor een korte tijd. De meeste vlooien prefereren bepaalde gastheren maar ze hoeven niet speciaal van hen te eten. Dit is vooral belangrijk voor de gezondheidszorg want zo kan ziekte verspreid worden van het ene dier naar het andere of bijvoorbeeld van rat naar mens. Als de volwassen vlo geen levende gastheer vindt leeft het maar 2-5 dagen, maar als die wel een levende slachtoffer vindt leeft zo een vlo soms 1 jaar. Vlooien zijn goede springers en kunnen een hooget van zeker 10 cm. bereiken. Ze houden zich bedekt als ze in kleren, veren en andere materialen zijn, ze houden van warmte en ze zijn lichtschuw. Wanneer ze gestoord worden doen ze alsof ze dood zijn en trekken hun poten naar het lijf, waarbij ze in die stand makkelijk weggeblazen kunnen worden. Verspreiding van vlooien. Vlooien worden overgebracht door tussenkomst van mensen, ratten, vogels en andere gastheren. De eieren en de volwassenen kunnen ook voorkomen in binnengekomen goederen, verspreid worden als ze van de gastheer vallen of wanneer de broedplaats verschoven wordt. Ziekten overgebracht door vlooien. Onder andere builenpest en thyphuskoortsen. Thyphus wordt vooral verspreid door het organisme Rickettsia en ook door de menselijke luis, Pediculus humanu Linn., via besmette voedsel. De ziekte zelf kan verspreid worden van rat tot rat door de Tropische rattenmijt, Liponissus bacoti Hirst, en de rattenluis Polypax spinulosa Burm. Van mens tot mens door de menselijke luis, Pediculus humanus Linn., maar wordt meestal gedragen door de vlo Nosopsyllus fasciatus Bosc. en Xenopsylla cheopis Rothsch. Ze zijn ook dragers van de lintworm, die vooral bij honden en mensen voorkomen. Vlooiensoorten.
|
||
|
Algemeen. Familie : Cimidae. Bedwantsen of Cimex lectularius Linn. leven altijd dichtbij mensen en komen vooral voor op armoedige plaatsen, want daar hebben ze betere condities om te overleven. Een "bedwantsen huis" kan herkent worden aan zijn kenmerkende bedwantsen geur, de bloedvlekken van doodgedrukte wantsen op de wanden en ook de vlekken van de uitwerpselen. De bedwantsen worden onder andere verspreid in wasserijen en via de kleren en bagages van mensen die in een aangetaste omgeving leven. Ze verplaatsen zich ook van het ene naar het andere huis via binnengekomen meubels, bedden, beddegoed, oude boeken etc. Als bedwantsen eenmaal in het huis zijn, zoeken ze spleten of naden op, gaan in de zomen van matrassen, inde vlechten van beddegoed, achter wandschilderijen en vaak ook op theaterstoelen. De bedwantsen worden aangetrokken door de warmte die van hun gastheer uitstraalt. Na hun nachtelijke bloedmaaltijd keren ze onmiddelijk terug naar hun nabij het bed gelegen schuilplaats. Biologisch. Uiterlijk. Het lichaam is ovaal en plat waardoor ze makkelijk in smalle spleten kunnen wegkruipen. Adult is 4-5 mm., roodbruin en na een bloedmaaltijd donkerrood waardoor de achterlijfsegmenten op een verlengstuk lijken. Na het eten lijken de nymfen op een levend druppel bloed. De kop heeft een antenne met 4 segmenten en de kaak bestaat uit twee paar stylits (dolkachtige sprieten waarmee wantsen bijten), die in verbinding staan met de buitenste monddelen. De binnenste bestaat ook uit twee pijpen en eentje zuigt het bloed en het andere injecteerd het speeksel in de wond. Als de bedwants zijn parasiterende functie begint aan te nemen, kunnen ze niet meer vliegen en de vleugels worden simpele, onnuttige, ovale structuren. De adult wijfje kan onderscheiden worden van de adult mannetje door haar breder achterlijf en door een kerfachtige scheur op de achterste rand van de 4 achterlijfsegmenten. Levencyclus. De eieren zijn 1 mm., wit en krom aan het eind. Na hun laatste metamorfose zijn beide sexes geslachtsrijp. Bij het paren klimt het mannetje op het wijfje of ze paren met hun eind tegen elkaar, echter is een bevruchting niet voldoende om het wijfje onbegrensd te laten eileggen.Een mannetje kan verschillende wijfjes in 24 uur bevruchten. Hoe groter de bedwantsen zijn, hoe langer ze eten. In de nymfe fase duurt dat 3-10 minuten en bij de adults 10-15 minuten, waarbij ze dan vijf maal hun lichaamsgewicht consumeren. Na zich gevoed te hebben schuilen de nymfen 6-10 dagen en ondergaan een metamorfose. De huisdieren worden ondertussen zwak en lijden aan bloedarmoede. De adults leggen gemiddeld 1-5 eieren per dag over een periode van 2 maanden, tot er 200 eieren zijn gelegd. Deze eieren kunnen in 6-10 dagen uitbroeden. De nymfen zijn wit en worden na een tijdje rood wanneer ze zich volproppen met bloed. Naarmate ze ouder worden, worden ze donkerder. De bedwantsen hebben 5 gedaanteverwisselingen en de vleugelsbeschermers komen pas tevoorschijn bij de laatste. Hun levenscyclus neemt 5-8 weken in beslag. Tussen de gedaanteverwisseling door wordt er een keer gegeten en na paring weer een keer, hierna worden de eieren gelegd. Periode van nymfe tot adult is 35-48 dagen en de levensduur is gemiddeld 7 maanden. Geur. De karakteristieke geur van de bedwants wordt geproduceerd door speciale stinkklieren. Deze zijn bij de nymfen op de top van de drie voorste achterlijfsegmenten en bij de adults aan het eind van de laatste borstsegmenten. De stinkklieren laten een olieachtige, zoetige geur achter. Beet. Sommige mensen zijn gevoelig voor een beet van een bedwants, anderen niet. Er kan hevige jeuk optreden, een rode vlek kan ontstaan of een wondje na een tijdje. Langzame bewegingen vormen geen hinder wanneer de bedwantsen zich voeden, want ze schrikken niet als de slapende gastheer zich beweegt. Als ze gestoord worden proberen ze terug te gaan om opnieuw te eten. De beet levert ons een kleine, harde zwelling en wordt meestal wit. Irritatie komt van de speekselachtige afscheiding en niet van het prikje die veroorzaakt wordt door de bedwants. Herhaaldelijke beten kunnen leiden tot nervositeit en spijsverterings- moeilijkheden. Ziekten. Bedwantsen kunnen astma en heel wat typheuse koortsen zoals gele koorts en instortingskoorts overbrengen. Kinderen die besmet zijn door bedwantsen zien er bleek uit, zijn lusteloos en hebben weinig energie. In huizen waar bedwantsen zich ophouden heerst er meestal een vuile, armoedige en ondervoede toestand. Door al deze omstandigheden, met daarbij komend slapeloze nachten en constante irritatie op plaatsen waar men gebeten is, zorgen dat vooral kinderen zich ziek voelen. Natuurlijke vijanden.
Andere wantssoorten.
|
||
|
Algemeen. Mijten zijn hele kleine diertjes, als regel, moeilijk waar te nemen door het blote oog. De mijt is gekarakteriseerd door een ongesegmenteerd achterlijf, welke grotendeels vergroeit is met het borststuk en voorzien is van 4 paar poten in volwassen stadium. Vanaf een tot en met vijf simpele ogen kunnen aanwezig zijn, alhoewel deze meestal absent zijn en het diertje afhankelijk is van sensorische uitstulpingen of haartjes, welke voorkomen op de poten en het lichaam. Een aantal van deze mijten is bij ons beter bekend onder de naam koepari's. Hierbij geven wij u een overzicht van de verschillende mijten :
|
||
|
Algemeen. Teken zijn bloedzuigende parasieten van mens en dier, behorende tot de orde der Acarina en tot de familie der Ixodidae. De meeste teken worden aangetroffen in bossen en velden, maar er komen ook enkele soorten in huis voor. Sommige soorten zijn giftig en kunnen zelfs verlamming, instortingskoorts en andere ziekten veroorzaken. Biologisch. De kop en borststuk zijn samengesmolten en niet zoals bij de insecten gescheiden. Adults : Deze hebben 4 paar poten. De duidelijke vooruitstekende monddelen zijn er om bloed te zuigen en de huid, vooral van het wijfje, is hard. Teken met een stompstaartje en het schild direct achter de monddelen behoren tot de familie van de Ixodidae. De teken die het schild niet hebben zijn van de familie der Argasidae. De mannetjes zijn 2 mm. en de vrouwtjes 4 mm.. In volgezogen toestand is het vrouwtje 11(elf) mm. en grijs tot roestbruin. Larve : Deze heeft 3 paar poten met een lengte van ongeveer 1 mm. en in volgezogen toestand ongeveer 1.5 mm. De Hondenteek of Rhipicephalus sanguineus Latr. Deze is niet alleen een plaag voor honden, maar is vaak ook een onuitstaanbare last in huis. De adults zijn te vinden in de oren en tussen de tenen van de hond, de larven zijn op de rug. De irriterende teken zuigen het bloed van de hond waardoor deze zwakker wordt. Deze teken komen overal voor waar honden aanwezig zijn, binnenshuis in naden en kieren, achter plinten en zelfs tussen meubels. Levenscyclus. De wijfjes, in volgezogen toestand zijn ongeveer 8 mm. en blauwgrijs. Ze maken zich los van de hond en zoeken een schuilplaats ergens dichtbij, waarbij ze de neiging hebben om naar boven te klimmen. Daarom zijn ze vaak boven in spleten van de hondehok te vinden. In deze schuilplaatsen worden 1000-3000 eieren gelegd, welke in 19-60 dagen uitbroeden tot actieve 6 potige larven. Wanneer de gelegenheid het toelaat vallen deze teken een hond aan en vullen zich in 3-6 dagen met bloed. In volgezogen toestand zijn ze blauw en ongeveer 8 mm. lang. Ze vallen dan van de hond en schuilen. Van 6-23 dagen ondergaan ze een metamorfose en worden 8 potige roodbruine nymfen. Na een paar dagen inactief te zijn vallen ook zij de hond aan en worden in 4-9 dagen volgezogen beesten. Tegen deze tijd zijn ze ovaal en donkergrijs. Ze verlaten hun gastheer opnieuw en binnen 12-29 dagen ondergaan ze weer een metamorfose. Nu zijn ze volwassen mannetjes of wijfjes, roodbruin en heel actief. In deze tijd vallen ze verschillende lichaamsdelen van de hond aan en zijn in staat voor langere tijd zonder voedsel te leven. Sommige adults leven zelfs 200 dagen en zijn dan overal te vinden waar honden zijn. |
||
|
Algemeen Luizen zijn parasiterende insecten en voeden zich met het bloed van de mensen. Hierdoor kunnen besmette luizen ziekten zoals typhus- en instortingskoortsen van mens tot mens overbrengen. Als de mens steeds wordt bezocht door de luizen, wordt de huid hard en krijgt een eigenaardige kleur. Dit verschijnsel heet de vagebondsplaag. Bij de steek van de luis wordt een irriterende vloeistof het lichaam ingespoten waardoor er jeuk ontstaat. Biologisch. Luizen hebben geen vleugels, hebben een simpele gedaanteverwisseling en stevig ontwikkelde poten voorzien van klauwtjes waarmee ze zich kunnen vastklampen. Verder hebben ze ook nog kleine ogen, stekende en zuigende monddelen. Ze zijn erg actief en snel. Hun activiteiten wordt verhoogd door lichaamsbeweging en transpiratie van de gastheer. Luizen kunnen van de ene op de andere mens gaan door over te vliegen of door aangetast haar, kledingstukken, beddegoed etc. De mens is zich niet bewust van de aanwezigheid van de mannelijke luis, terwijl de eileggende vrouwelijke luis haar aanwezigheid laat merken. Pasgevoede en bevruchte wijfjes wandelen over de kleding en zoeken geen voeding zolang ze niet hongerig zijn. De niet geslachtrijpe luizen blijven aan de huidoppervlak kruipen om bloed te zuigen. De luis past zich aan, aan de huidskleur van de gastheer of gastvrouw. Zo heb je de zwarte luis bij de negers, de wit-grijze bij de blanken, de geelbruine bij de aziaten en de roodbruine luis van de indiase afkomst. Luizen behoren tot de familie der Pediculidae en tot de orde van de Anoplura. Er zijn verschillende soorten luizen :
|
||
|
Algemeen. Bijen en wespen behoren tot de orde der Hymenopters. Ze zijn nuttige insecten, die niets te maken hebben met de activiteiten van de mens zolang wij geen aandacht aan hen schenken. Soms worden de nesten echter te dicht bij het huis of zelfs in huis gemaakt waardoor ze tot last van de mensen worden. Hun steek doet dan veel pijn, bij sommige soorten kan zelfs de dood betekenen. Enkele soorten bijen zijn.
Wespen Algemeen. Wespen behoren tot de familie van de Vespidae en hebben een karakteristieke gele en zwarte dwarstekening op de achterlijf. Een goed ontwikkeld wespenvolk bestaat uit 5000 of meer individuen. Ze worden hinderlijk wanneer ze hun nest dichtbij ons huis bouwen. Behalve dat ze steken dringen ze ook het huis binnen. Ze worden aangetrokken door de geur van zoetigheid, vruchten en vlees en eten zelfs stukjes van deze producten op. Ze zijn volhardend en moeilijk weg te jagen. Biologisch. Uiterlijk. De koninginnen lijken op de werksters maar zijn forser en langer. Ze zijn ongeveer 20 mm. terwijl de werksters 10-15mm. zijn. De mannetjes of darren zijn ongeveer 15 mm. en hebben langere antennes dan de werksters en de koninginnen. De larven zijn witte pootloze maden. Op de zijkanten van de wespenkop bevinden zich grote langewerpige facetogen met aan de bovenzijde van de kop een drietal bijogen. Ze hebben ook twee stevige zijwaarts bewegende kaken met daaronder monddelen, waarmee de wesp kan likken en zuigen. De twee paar vleugels zijn doorzichtig en de overgang van borstuk naar achterlijf is sterk ingesnoerd. Er zijn verschillende soort wespen ;
Levenscyclus. Wespen hebben een volkomen gedaanteverwisseling. De jonge koningin zet haar eitjes af in eicellen van het nest, die door haar gebouwd zijn. Het eistadium is 7-10 dagen, larve stadium 1-2 weken en voor de popfase ook 1-2 weken. Het ballonvormige omhulsel alsmede de raten worden gemaakt van met de kaken fijngekauwd afgeknaagd zacht hout en andere cellulose materialen vermengd met water of speeksel tot een grijs of bruingeel papierachtig materiaal. In de raten bevinden zich zeshoekige cellen waarin de konigin in elk ervan een eitje zet. De daaruit komende larven worden door haar gevoed. Als zo een larve volgroeid is spint zij een papierachtig deksel over de opening van de cel. Na de verpopping komen hieruit de werksters. Deze zijn de onvruchtbare vrouwlijke soorten die de larven en de koningin voeden, de kolonie verdedigen en zorgen voor de verdere uitbouw van het nest. De koningin vliegt niet meer uit maar deponeert haar eitjes in de vrijgekomen eicellen en die van de nieuw aangelegde raten. Uit de poppen komen ook vruchtbare wijfjes (jonge koninginnen) en darren. De darren sterven spoedig na paring. Voedsel. Hun voedsel bestaat vooral uit eiwit- en suikerhoudende artikelen. Eiwithoudend voedsel, vooral nodig voor het voeden van de larven, wordt door de werksters opegnomen en bestaat uit vliegen, muggen en niet of weinig behaarde insectenlarven. Suikerhoudend voedsel bestaat vooral uit nectar, honingdauw (vloeibare afscheiding van bladluizen), braakvloeistof van de wespenlarven, vruchten, stroop, jam en ook bier. Schuilplaatsen. Hun nest word gebouwd op niet vochtige plaatsen tegen huizen aan, in bomen, in berghokken, op vlieringen etc.etc.. Een afgebouwd nest heeft een doorsnede van 20-35 cm. en een wanddikte van 2 cm.. Vaak zijn er meerdere nestingangen. Schade. Wespen kunnen hinderlijk zijn indien de nesten zich in de directe omegeving van de mens en dier bevinden, alsmede op plaatsen waar aantrekkelijk voedsel voor wespen aanwezig is zoals in bakkerijen en vruchtenopslagplaatsen. Ze kunnen pijnlijke en soms gevaarlijke steken toebrengen indien het nest dreigt te worden verstoord of als wespen in het nauw gedreven, bv. als ze per ongeluk tussen kleding bekneld raken. Het steken gebeurt met de angel van het achterlijf die verbonden is met een tweetal gifklieren. Wespen gaan ook in vuilcontainers en op andere onhygienische plaatsen waardoor ze ook ziekten kunnen verspreiden. Naast de schadelijke handelingen die de bijen en wespen veroorzaken zoals het steken van mens en dier hebben ze ook hun voordelen. Bijen en wespen vangen en consumeren erg veel lastige en schadelijke insecten, vooral kamervliegen en steekmuggen. Daarnaast hebben ze ook als belangrijke taak voor de bestuiving van planten te zorgen. |
||
|
Motten. |
||
|
Algemeen. Motten komen bijna in elke woning voor en richten heel wat economische schade aan. De adults hebben smalle vleugels welke gekant is met haar. Ze zijn geelachtig tot goudkleurig en zijn kleiner dan 12 mm Van nature komen de eieren en poppen zich niet zelf voeden terwijl de larven, met hun kauwende en bijtende monddelen, dat wel kunnen. Biologisch. Motten fladeren zelden bij het licht en prefereren het donker. Wanneer een mottenstructuur gestoord wordt, vliegen of rennen ze snel weg om zich te verbergen op een andere afzonderlijke plaats. De vraag rijst wat het voedsel van de kleermotten was voordat mensen kleren begonnen te dragen. Hun voedsel bestond toen uit dierlijke karkassen, vacht en veren welke gevonden werden in de holen van de oorspronkelijke mens. Verder bestond het voedsel uit stuifmeel, haar, wol, veren, vacht, dode insecten en overblijfselen van droge dieren. In huis worden vooral kleren, carpetten, oude bankstellen en dieren aangetast. Pluksels van kleedjes alsook haar van huisdieren, achter diverse kasten, kunnen als broedplaatsen gebruikt worden. De larven zoeken steeds naar vuile wollen producten omdat deze vitamine B bevat. Eieren die namelijk op schone wollengoederen worden gelegd broeden gewoon uit, maar de uitgekomen larven eten weinig of helemaal niet en na ongeveer 2 weken sterven ze van de honger. De kleermotten houden ook van menselijk zweet en menselijk urine. De kleermot of Tineola bisselliella Hum. Adult : Deze hebben een lichaam dat bedekt is met glinsterende goudachtige schubben met aan de top van de kop roodachtig haar. De samengestelde ogen zijn zwart en de antenne donkerder dan de rest van het lichaam. De vleugels hebben geen vlekken en hebben een spanwijdte van 16 mm., waarbij van het wijfje een beetje langer is. De vliegende kleermotten zijn gewoonlijk de mannetjes, want de wijfjes, meestal zwaar met hun eieren, prefereren te lopen of te rennen. Als de eieren bevrucht moeten worden, moeten de mannetjes de wijfjes opzoeken en niet omgekeerd, daarom vliegen zoveel mannetjes en zo weinig wijfjes. Ei : De eieren zijn groot, ovaal, wit, ongeveer 1 mm. en ze worden in een groep gelegd. Het wijfje legt haar eieren 24 uren na rijping, gemiddeld 40 tot 50. Nadat het wijfje al haar eieren heeft gelegd sterft ze, terwijl het mannetje enkele weken langer leeft en ondertussen nog steeds aan de bevruchting deelneemt. De eieren worde geplaatst tussen de draden van de kleren en zodanig vastgehecht dat het niet makkelijk afgeschud kan worden. Als het kleedje een geraffelde rand heeft, zal het wijfje haar eieren tussen de losse draden leggen. Dit wordt gedaan met een afscheiding van de toebehorende klieren. De tijd die nodig is om de eieren uit te broeden hangt af van de condities van de omgeving. Larve : Wanneer de larve uit het ei komt is het actief, doorschijnend wit en ongeveer 1mm. lang. Het gemiddelde gewicht van deze uitgekomen larve is 0,0273 mg. en die van de volwassen larve 3,08 mg. De jonge larven zijn glanzend grijs. De eieren zijn gelegd in spleten en naden en de uitgebroedde larven beginnen direct aan voedsel te eten die beschikbaar is. De grootte van een volwassen larve hangt onder andere af van beschikbare voedsel, temperatuur en vocht. Zij kunnen echter een tijdje zonder voedsel leven. De larven leveren de meeste schade en de larveomhulsels veschijnen vooral op donkere plaatsen. Ze zijn erg actief en kruipen vaak op de grond. Als de larven in de buurt hun nest het voedsel niet goed vinden verwijderen zich. De adult van de Tineola bisselliella Hum. heeft rudimentaire monddelen en kan niet zelf eten. De larven zorgen voor hun voeding. Pop : Wanneer de larve volgroeid is spinnen ze een buisvormig omhulsel of cocon aan de grond vast, waarin ze zich verpoppen. Andere motsoorten zijn:
|
||
|
Zilvervliesjes. |
||
|
Algemeen. Zilvervliesjes komen tussen de meest primitieve insecten voor en ze hebben meestal als metgezel de kakkerlakken. Hoewel ze lang en mager zijn, zijn ze plat van voren en spits toelopend naar achteren. Ze hebben kleine poten, lange dunne antennes en verschillende staartachtige aanhangsels aan het eind van de onderbuik. Deze aanhangsels worden ook wel eens "borstelstaarten" genoemd. Verder zjn zilvervliesjes ongevleugeld en geschubd. Hun metamorfose is enigzins eenvoudig omdat de jongen precies op de adults lijken, behalve in grootte. ezijn 7-11 mm. lang en zilverkleurig. Biologisch. Zilvervliesjes tasten meel en graanproducten aan, eten stukjes van behang op, verwijderen de glans van papier, knabbelen aan het boekband en ook aan het lijm van de boeken. Ook worden linnen, katoen, kunstzijde en andere plantaardige vezels aangetast, vooral als het gesteven is. Zilvervliesjes verstrikken vaak in de kom van de wasbak of in de badkuip, want als ze erin vallen kunnen ze niet meer via de gladde randen naar boven. Vele zilvervliesjes worden gevonden onder stenen, basten van bomen en in bladeren van beboste gebieden. De zilvervis en de ovenvis worden buitenshuis ook gevonden in vogel- en mierennesten. In mierennesten zijn ze constant in beweging waardoor ze niet gebeten worden. Eetgewoonten. Deze insecten leggen desnoods grote afstanden af op zoek naar voedsel, maar als ze eenmaal een goede voedingsbron hebben gevonden blijven ze er heel dichtbij. Ze etenvooral dierlijke producten en deze vormen een belangrijk deel van hun dieet. Als ze bijvoorbeeld 2 weken lang meel of graan hebben gegeten en hen wordt vlees toegediend, vechten ze voor het voedsel. Er komt kannibalisme onder deze dieren voor, want dode en gewonde indivuduen worden ook opgegeten. Zilvervliesjes houden vooral van glanzend papier die o.a. zetmeel, gom, kaasstoffen, lijm en ook suiker bevatten. Ze tasten behang aan waarin ze holen maken en de beplakking achter het behang losvreten. De grootte, het plaksel en de kleur van het behang trekt hen ook sterk aan. Als er gebrek is aan eten knabbelen ze aan voedsel dat ze normaal vermijden. Er komen 4 soorten zilvervliesjes voor:
Schade. Indien zilvervliesjes in grote aantallen voorkomen kunnen ze schade veroorzaken aan o.a. papier, behang, boeken en kleding. Bovendien laten ze ook gele vlekken achter. |
||
|
|
|||
|
© 2001 Killit Paramaribo - Suriname |
|||